Han
Pasen
Johannes 20: 1-2 BGT
Na de sabbat, op zondagmorgen, ging Maria uit Magdala naar het graf. Het was
heel vroeg in de ochtend, het was nog donker. Toen ze bij het graf kwam, zag ze
dat de steen voor het graf weggehaald was. Maria rende weg, naar Simon Petrus,
de leerling van wie Jezus veel hield. Ze zei tegen hen; De Heer is weggehaald uit
het graf! En ik weet niet waar hij naartoe gebracht is.
De paasmorgen begint met tranen en duisternis. Maria Magdalena vindt een leeg
graf. Kun je je er iets bij voorstellen? Ik denk aan een cadeau wat je krijgt, wat je voorzichtig uitpakt en er zit niets in, of het is niet het cadeau wat je had
verwacht. Zo snap ik de teleurstelling van Maria Magdalena wel. Hoe vaak heb jij
het al meegemaakt dat zaken anders lopen dan dat je zou willen of die jij anders
bedacht had? Hoe vaak gebeuren er dingen in de (onze) gemeente die je
persoonlijk anders zou willen? Hoe vaak zijn wij teleurgesteld in de gemeente, de
mensen in de gemeente, of in “de kerk”?
Wat mooi dat we dan lezen dat Maria “naar de leerling gaat van wie Jezus veel
hield”. Ik dacht naar wie ga ik toe als ik teleurgesteld bent? Bij wie zoek ik troost
als ik teleurgesteld ben, ga ik naar God?
Jezus komt bij Maria en bij de leerlingen, ze mogen zijn littekens zien, zelfs
betasten. En Jezus zegt tegen Thomas: “Jij gelooft in mij omdat je mij gezien hebt.
Vanaf nu zullen mensen in mij geloven zonder dat ze mij zien. En God zal hen
gelukkig maken.” Daar mogen wij hoop uit putten, God heeft het goede met ons
voor! Wij mogen onze zorgen bij God brengen door gebed. Als we blij zijn mogen we Hem, de levende Heer, daarvoor danken! Breng in gebed waar je blij en
dankbaar voor bent! En noem in je gebed ook die zaken waarin je teleurgesteld
bent. Vraag niet of God die ander wil veranderen maar vraag God of Hij met Zijn
Liefde ons samen wil zegenen. Als je dat in gebed bij de Levende Heer brengt dan
staan we niet tegenover elkaar, maar kunnen we samenleven in een gemeente
waar we respect voor elkaar hebben. Laten we elkaar niet “de maat” nemen
maar omzien, in gebed, naar elkaar.
Zo maken tranen en verdriet plaats voor dankbaarheid, vrede, zegen en geluk.
Zo mogen en kunnen we samenleven in een veilige, kerkelijke-gemeenschap
waarin we omzien naar elkaar. Laten we elkaar noemen in ons gebed. Zodat we
elkaar op Paasmorgen oprecht kunnen begroeten met; “De Heer is waarlijk
opgestaan” en we zijn zegen mogen voelen en ervaren, elke dag van ons leven,
persoonlijk en in de gemeente.
Onze hoop en gebed voor de toekomst is, kom spoedig Heer, Maranatha!
Han
