Woordje van

WOORDJE VAN ARJANNE

“Daar vinden wij nou eens helemaal niets van”.

Sinds vier jaar is dit de lijfspreuk van Jack en mij. Na een moeilijke periode in ons leven, liet God ons zien hoe wij vastzaten aan bepaalde wetten en regels, door opvoeding of kerk aangeleerd. En… wij deden eraan mee!

Je herkent het vast wel: Je ziet iemand met obesitas een frikandel eten en denkt ”welja, neem er nog maar 1” (ik durf dit voorbeeld te gebruiken omdat ik zelf ook iemand ben met obesitas).

Na dat inzicht liet God ons ook zien dat wij hier vrij van mogen raken! Wat een genade!

Sinds wij de spreuk “Daar vinden wij nou eens helemaal niets van” hanteren, blijven onze etiketjes niet meer plakken op anderen. Maar hoe bijzonder: het ging ook andersom werken! Etiketjes blijven ook niet meer aan óns plakken! Daar zijn we God nog dagelijks dankbaar voor!

In de tijd van voorbereiding over dit stukje, stuurde een lieve zus mij de volgende dagelijkse broodkruimel. Ik deel het graag met jullie, want ik had het niet beter kunnen verwoorden:

Wat is dat toch, dat we ook als christenen onze ogen zo vaak fixeren op veel luttele dingen?
Het uiterlijk. De manier waarop de ander iets doet, waarvan hij denkt dat het goed is. En jij weet dat het niet zo hoort. En zo gemakkelijk keuren we het gedrag van die ander af.

Omdat het afwijkt van wat wij vinden dat goed is.
Omdat het afwijkt van wat wij dénken dat goed is.
Omdat we het zo geleerd hebben.
Misschien al van jongs af aan.
Misschien zelfs door vallen en opstaan.

Misschien omdat wij geloven dat God ons op die manier de ogen heeft geopend.

En gebruiken wij onze maatstaf als lat voor die ander.

Maar wie zegt dat onze meetlat de juiste maat meet?
Zijn wij überhaupt diegenen die de maat moeten nemen?

Wie zijn wij dat wij de maatstaf in onze hand nemen?

En voor God willen spelen.

Want is het God niet die daarover gaat?
Tja, vanaf ‘den beginne’ willen we heel graag het kinderspelletje “ik weet wat goed en fout is” spelen. Eten we nog steeds de vruchten van die ene boom, die ons leert om te oordelen. Alles in hokjes en vakjes te delen. En laten de boom des levens staan.

Ik denk dat het iedere dag weer de uitdaging is om te kiezen om niet die bril van oordeel op te zetten. Maar te gaan kijken met onze vernieuwde blik. Een nieuwe manier van kijken, door een veranderd, vernieuwd hart. Een hart waarin het licht van Jezus is gaan schijnen: de waarheid.
Het licht dat alles in een compleet ander perspectief zet.
Het licht waar alles uit is ontstaan.

Het licht waaruit leven ontstaat.

Het Licht waardoor wij Leven.

Het Licht dat laat zien dat jij geliefd bent. Niet om wat je allemaal zo goed doet. Niet om wat je allemaal laat. Maar om wie jij bent. Ondanks wat je doet.

Door wie Hij ís.

En vanuit die bril naar de ander te leren kijken. Met liefde, omdat hij net als jij onderweg is. Op de weg naar het leven. Waarin we mogen zeggen, dat we het soms ook niet weten. Maar elkaar de hand bieden en samen op weg blijven. Elkaar in waarde laten.

“De kennis blaast op, maar de liefde bouwt op” (1 Korintiërs 8: 1).

Het zo goed zelluf weten.

Versus de liefde. Die eeuwig blijft.

Wat kies jij vandaag?

… toch is er voor ons maar één God: de Vader, uit Wie alle dingen zijn, en wij voor Hem, en één Heere: Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn en wij door Hem. 1 Korintiërs 8: 6 (HSV)